Meer Informatie (Artik+)




Heterodera schachtii
### Een foute code gevonden . . . .
-
Bij een matige besmetting witte bietencysteaaltjes kan er gekozen worden een bietencysteaaltjes resistent ras te telen. Bij zware besmettingen kunnen de bieten beter op een ander perceel geteeld worden. Ook kan de teelt van een bietencysteaaltjesresistente bladrammenas of gele mosterd de populatie sterk verminderen.
Het beste effect wordt bereikt met een bladrammenas in een voorjaarszaai als braakgewas. Bij zaadvorming moet het gewas afgemaaid worden op 20 cm. Hiervoor is bladrammenas beter geschikt dan gele mosterd omdat hierbij hergroei optreedt, daar waar gele mosterd na maaien grotendeels afsterft.
Wanneer een resistente groenbemester als nateelt wordt ingezet zal het resultaat minder zijn dan een voorjaarszaai als braakgewas. Het bestrijdend effect is afhankelijk van de doorworteling en de temperatuur. Bij een zaai na begin augustus zal er geen extra lokking van de aaltjes optreden.

Uit onderzoek is gebleken dat granulaten in de bietenteelt nooit financieel rendabel zijn.
-
In het voorjaar, wanneer de bodemtemperatuur boven de 8 graden Celcius komt, komen de larven uit de eieren en begeven zich naar de jonge wortels. Daar gaan ze binnen en voltooien hun levencyclus. Afhankelijk van temperatuur en vochtigheid kunnen zich 2 tot 4 generaties ontwikkelen. De temperatuursom (minus de basistemperatuur van 8 graden) van witte bietencysteaaltjes is ongeveer 465 graden.

Ook een groot aantal onkruiden zijn waardplant voor witte bietencysteaaltjes, het gaat om alle soorten ganzevoeten en veel kruisbloemigen (knopherik). Het onkruid zorgt ervoor dat de populatie bietencysteaaltjes in stand blijft of zelfs kan vermeerderen.
 
         

   
Veel aaltjesinformatie groeit in het veld. Met name rond de opkomst en bij het sluiten van gewassen zijn aaltjesaantastingen goed waarneembaar. Vaak is de vertraging in opkomst en groei slechts tijdelijk te zien. Deze verschijnselen worden nogal eens af gedaan met structuurproblemen. Zeker wanneer bij een beginnende besmetting het oppervlak met groeiachterstand nog beperkt is en de plek er met twee weken weer uitgroeit. Door op kleine plekjes acht te slaan, wordt voorkomen dat bij een volgende teelt honderden meters met problemen zichtbaar worden. Regelmatige beoordeling van wortelgroei door de schop onder een plant te zetten, levert vroegtijdig informatie op over bovengronds nog niet opzienbarende problemen. Splitsing van hoofdwortels, baardvorming van wortels, knobbels en rottende plekjes op de wortels zijn allemaal signalen dat er mogelijk aaltjes in het spel zijn. De schop of spa is hierbij onmisbaar. Door de plant zondermeer uit de grond te trekken, blijven de kwalitatief slechte wortels, waarop de aaltjessymptomen zichtbaar zijn, in de grond achter.





Actuele tip: Houd uw gewas goed in de gaten op afwijkende groei.  
   
Skip Navigation Links
HOME
Aaltjesschema
Beheersingsplan
Basiskennis
Bemonsteren
Publicaties
Contact
Maatregelen