Meer Informatie (Artik+)




Natte grondontsmetting
Het fumigant wordt als een waterige oplossing van metam-natrium toegediend, met een zogenaamde spitfreesinjecteur of een schaarinjecteur. De effectiviteit van metam-natrium is groter wanneer het met een spitfreesinjecteur wordt toegepast die het middel rond 15 cm diepte injecteert en vervolgens inspit en aanrolt. Metam-natrium wordt in de bodem na enige tijd volledig omgezet in het vluchtige aaltjes- en schimmeldodende methylisothiocyanaat. Vanwege de plantendodende (herbicide) eigenschappen moet dit middel na de oogst of in het voorjaar voldoende lang voor het zaaien of poten van het nieuwe gewas worden toegediend. Deze wachttijd is afhankelijk van de bodemtemperatuur en bedraagt 1 tot 3 weken in de herfst en 6 tot 10 weken in het voorjaar.

Natte grondontsmetting doodt de aaltjes als deze gedurende hun blootstellingsperiode aan een voldoende hoge concentratie van de actieve stof worden blootgesteld. Zeer hoge dodingpercentages worden alleen gerealiseerd onder optimale omstandigheden: een optimaal fysiek losse bouwvoor, optimale klimatologische omstandigheden tijdens toepassing en de periode erna waarin het middel werkzaam moet zijn. In de Nederlandse nauwe rotaties zijn deze niet altijd realiseerbaar.
Voor een effectieve natte ontsmetting is de bodemconditie qua vochtgehalte en temperatuur doorslaggevend. Voor een goede penetratie van de werkzame stof moet de structuur van de grond los en kruimelig zijn, zonder harde, ondoordringbare kluiten of lagen en moet de grond matig vochtig zijn. De grond mag zeker niet te nat zijn. Een vuistregel hiervoor is dat de grond goed bewerkbaar moet zijn (dus ook vrij van lange loof- en stroresten en wortelstokken van onkruiden) en feitelijk geschikt is om in te zaaien. De bodemtemperaturen, rond één uur in de middag gemeten op 15 cm diepte, moeten liefst niet lager zijn dan 5°C en niet hoger dan 20°C. Na het inbrengen van het middel moet de bovenlaag van de grond goed worden geëgaliseerd, verdicht en met behulp van één of twee aangedreven rollen goed worden afgedicht, zodat het ontwijken van de gasvormige nematiciden naar de lucht zoveel mogelijk wordt vertraagd.
Factoren die een optimale werking tegen gaan zijn:
De bodemstructuur op zwaardere grondsoorten (> 30 % afslibbaar) zorgt er voor dat alleen in de bovenste 20 cm. een maximale doding van 50-60% wordt gehaald
Onvoldoende doding in de boven en onderlagen van de bouwvoor door slechte verspreiding op kleigronden en te snelle evaporatie op zandgronden.
Versnelde microbiële afbraak van de effectieve componenten ten gevolge van adaptatie aan het middel van de microflora op zand. Op kleigronden doet zich versnelde afbraak voor.
In dieper gelegen lagen dan 20 cm vindt er nauwelijks doding plaats terwijl cysten tot een diepte van 60 tot 80 cm worden aangetroffen.

Adaptatie
Bij veelvuldig gebruik van zowel de natte grondontsmetting als granulaten kunnen deze minder effectief worden. Dat komt doordat de organismen in de bodem zich kunnen aanpassen aan het gebruik. De werkzame stoffen worden dan zó snel afgebroken dat ze onvoldoende lang aanwezig zijn om goed te kunnen werken. Dit verschijnsel wordt adaptatie genoemd en blijkt specifiek voor elk van de actieve stoffen. Adaptatie wordt weer ongedaan gemaakt door voldoende lange perioden tussen toepassingen van hetzelfde product in acht te nemen. Om adaptatie te voorkomen, worden middelen afwisselend toegepast. Momenteel zijn goede toetsen voorhanden om bij twijfel (de mate van) adaptatie van tevoren vast te stellen en zo tot een juiste keuze van het middel te komen.

Toelatingen
Op dit moment is methyliso-thiocyanaat (MITC) (Monam) de enige algemeen toegelaten actieve stof. Grondbehandelingen met fumiganten mogen niet worden uitgevoerd in de periode beginnend op 16 november en eindigend op 15 maart om 24.00 uur. Dit om uitspoeling van residuen van de werkzame stoffen naar het grondwater te voorkomen
Middelen op basis van metam-natrium mogen met ingang van 1 januari 2006 slechts eenmaal in een periode van 5 jaren op hetzelfde perceel of perceelgedeelte worden toegepast.

Monam is toegelaten voor de bestrijding van aaltjes in vaste planten, suikerbieten en voederbieten, aardbeien, zaaiuien, 1e en 2e jaars plantenuien, zilveruien, en sjalotten, consumptie-aardappelen, fabrieksaardappelen en pootaardappelen. Kijk bij Doseringen wat precies is toegelaten.
Voor chemische grondontsmetting met middelen op basis van metam-natrium had u in het verleden een vergunning nodig. Die vergunning is er niet meer, maar u heeft nog wel een meldingsformulier nodig als u grond wilt ontsmetten. Dit kunt u vinden op de site van de PD www.minlnv.nl/pd of telefonisch aanvragen bij het LNV loket (telnr. 0800-2233322)
Zodra uw formulier door de PD is ontvangen, krijgt u een ontvangstbewijs. Dit ontvangstbewijs heeft u nodig om de ontsmettingsmiddelen die gemaakt zijn op basis van metam-natrium te kopen, te bewaren en te gebruiken. Bewaar de ontvangstbevestiging dus goed.

Doseringen (bron CTB Wageningen, maart 2010)

Monam
 
         

   
Veel aaltjesinformatie groeit in het veld. Met name rond de opkomst en bij het sluiten van gewassen zijn aaltjesaantastingen goed waarneembaar. Vaak is de vertraging in opkomst en groei slechts tijdelijk te zien. Deze verschijnselen worden nogal eens af gedaan met structuurproblemen. Zeker wanneer bij een beginnende besmetting het oppervlak met groeiachterstand nog beperkt is en de plek er met twee weken weer uitgroeit. Door op kleine plekjes acht te slaan, wordt voorkomen dat bij een volgende teelt honderden meters met problemen zichtbaar worden. Regelmatige beoordeling van wortelgroei door de schop onder een plant te zetten, levert vroegtijdig informatie op over bovengronds nog niet opzienbarende problemen. Splitsing van hoofdwortels, baardvorming van wortels, knobbels en rottende plekjes op de wortels zijn allemaal signalen dat er mogelijk aaltjes in het spel zijn. De schop of spa is hierbij onmisbaar. Door de plant zondermeer uit de grond te trekken, blijven de kwalitatief slechte wortels, waarop de aaltjessymptomen zichtbaar zijn, in de grond achter.





Actuele tip: Houd uw gewas goed in de gaten op afwijkende groei.  
   
Skip Navigation Links
HOME
Aaltjesschema
Beheersingsplan
Basiskennis
Bemonsteren
Publicaties
Contact
Maatregelen