| |
Granulaten.De niet-vluchtige middelen, de zogenaamde granulaten, kunnen worden onderverdeeld in carbamaten en organofosfaten. De carbamaten (waaronder oxamyl (Vydate) en aldicarb (geen toelating meer)) worden door de plant opgenomen en getransporteerd naar het bovengrondse gewas (systemische werking). Dit leidt tot een insectenonderdrukkende werking in het loof. De organofosfaten (waaronder fosthiazate (Nemathorin) en ethoprofos (Mocap) hebben deze positieve bijwerking niet.
De granulaten, (zoals bijvoorbeeld fosthiazate (Nemathorin), Ethoprofos (Mocap) en oxamyl (Vydate)), worden kort voor of tijdens het poten toegepast. Deze middelen zijn alleen effectief tegen aaltjes die zich vrijelijk in de grond bewegen en hebben dus geen effect op eitjes en juvenielen die zich in rust, binnen de cyste bevinden. Ze werken in op het zenuwstelsel en maken planten gedurende langere of kortere tijd onaantrekkelijk voor nematoden. Nematostatica kunnen nematoden zelfs uit wortelstelsels van planten verjagen, maar dit is geen effectieve bestrijdingsmaatregel. Een goede verdeling van het middel door de grond is zeer belangrijk voor de effectiviteit van het middel omdat de plant alleen beschermd is wanneer het middel zich in de onmiddellijke nabijheid van het wortelstelsel bevindt. Behandelde planten verliezen hun vermogen tot aaltjeslokking uit eieren niet, maar aaltjes worden onbeweeglijk of gedesoriënteerd en zijn niet meer in staat hun voedselbron, het wortelstelsel, te vinden. Als de werking lang genoeg duurt, kan sterfte van al gelokte aaltjes door voedselgebrek optreden. Daarom hangt de mortaliteit van de nematoden af van de tijd dat de planten onaantrekkelijk blijven voor de aaltjes en dat aaltjes onbeweeglijk zijn. De werking van nematostatica is sterk pH-afhankelijk. Dit verschilt per middel. Hoe hoger de pH des te sneller de actieve stoffen worden omgezet en het middel zijn werking verliest.
Adaptatie
Bij veelvuldig gebruik van zowel de natte grondontsmetting als granulaten kunnen deze minder effectief worden. Dat komt doordat de organismen in de bodem zich kunnen aanpassen aan het gebruik. De werkzame stoffen worden dan zó snel afgebroken dat ze onvoldoende lang aanwezig zijn om goed te kunnen werken. Dit verschijnsel wordt adaptatie genoemd en blijkt specifiek voor elk van de actieve stoffen. Adaptatie wordt weer ongedaan gemaakt door voldoende lange perioden tussen toepassingen van hetzelfde product in acht te nemen. Om adaptatie te voorkomen, worden middelen afwisselend toegepast. Momenteel zijn goede toetsen voorhanden om bij twijfel (de mate van) adaptatie van tevoren vast te stellen en zo tot een juiste keuze van het middel te komen.
Zet een granulaat dus bewust in. Het gaat uiteindelijk op het saldo na de oogst. Rijentoepassingen zijn zelden rendabel, tegen welk aaltje, in welk gewas dan ook. U zult een inschatting moeten maken welk verlies of schade u denkt te gaan voorkomen met de inzet van granulaat.
Granulaten zijn dus beperkt inzetbaar om aaltjes te bestrijden.
Zowel opbrengstschade als kwaliteitsschade (knobbelvorming door M. chitwoodi en tabaksratelvirus overgebracht door Trichodoride aaltjes) kan niet worden voorkomen, maar wel beperkt. Bij hoge besmettingen zijn alleen volveldstoepassingen rendabel.
In de beheersing van aardappelmoeheid zal de inzet van een halve dosering volvelds bij de teelt van een partieel resistente ras (bv RV 25%) de kans op een besmetverklaring verminderen. De inzet van een granulaat bij een vatbaar ras zal u niet helpen om de kans op een besmetverklaring te verlagen.
Het kan wel een deel van het opbrengstverlies compenseren wanneer het ras weinig tolerant is.
Een halve dosering volvelds zal de vermeerdering van de aaltjes niet voorkómen maar de vermeerdering die maximaal kan optreden wel op een lager niveau houden.
Op een perceel waar mogelijk een hele lage besmetting M. chitwoodi of M. fallax aanwezig is, kan de inzet van een halve dosering volvelds een ondersteuning zijn om bij de teelt van vroege rassen knobbelvorming te voorkomen.
Op percelen met een aantoonbare besmetting van wortelknobbelaaltjes waar geen hele vroege rassen geteeld worden gaat de inzet van granulaat de teelt niet redden en is een misoogst een reëel vooruitzicht.
Om schade in aardappel en peen door Trichodoride aaltjes te beperken is de inzet van granulaat pas rendabel vanaf een besmetting van 100 aaltjes per 100ml grond. In de praktijk blijkt schade vooral op te treden op de lichte perceelsdelen die ook een antistuifdek nodig hebben, en is op die plekken een volvelds granulaattoepassing met de halve dosering het overwegen waard.
Schade in aardappel door Pratylenchus penetrans kan bij dichtheden boven de 500 aaltjes/100ml grond, ook worden verminderd door de inzet van een granulaat in een halve dosering volvelds.
De toelatingen voor het gebruik van deze middelen veranderd regelmatig, voor de actuele toelatingen zie
Vydate
Mocap
Nemathorin |