| |
BiofumigatieBiofumigatie bestaat uit het telen en daarna onderwerken van gewassen die toxische verbindingen bevatten of vormen bij het onderploegen. Na het onderwerken moet de grond goed worden afgedicht.
Omdat verreweg het meeste werk aan biofumigatie met kruisbloemigen gedaan is uit het geslacht Brassica en verwante geslachten wordt het begrip biofumigatie soms beperkt tot het gebruik van deze planten. Maar ook andere gewassen kunnen op dezelfde manier ingezet worden. Wanneer het ingewerkte organisch materiaal ook nog wordt afgedekt met gasdicht folie spreekt men van biologische grondontsmetting.
Een voldoende hoge bodemtemperatuur is voor het resultaat erg belangrijk. Dit betekent dat deze toepassing in de zomermaanden moet plaatsvinden. Het afdichten van de grond met gasdicht folie (anaërobie) zal de werking sterk verbeteren. Daarnaast is het van belang om biofumigatiegewassen te telen die zelf geen waardplant of resistent zijn tegen de bestrijden aaltjes. Hierdoor vindt er geen opbouw van de te bestrijden populatie plaats. Alles wat niet wordt opgebouwd hoeft immers ook niet worden afgebroken.
Het mechanisme werkt niet via doding van belangrijke bodempathogenen maar via verbetering van de bodemgezondheid/bodemkwaliteit.
Innovaties bij groenbemesters (productie van gunstige stoffen en resistenties) en techniek (inwerken en timing) moeten de werking van biofumigatia verbeteren.
Biofumigatia levert op dit moment te weinig perspectief op voor de akkerbouw. De methode is niet praktijkrijp qua uitvoering en kosten. |