Meten is weten gaat zeker op de aaltjessituatie op uw bedrijf. U kunt nog zoveel ondernemen om aaltjes te beheersen, alleen met de actuele besmettingssituatie zijn concrete plannen te maken. Maak daarom voor uw bedrijf een bemonsteringsplan.
Wanneer u dit al gedaan heeft kunt u in het menu UITSLAGEN meer informatie vinden. Wanneer u nog aan de slag moet met de bemonsteringen op het bedrijf kunt u in het menu GRONDBEMONSTEREN lezen hoe u dit het beste aanpakt.
Een mooi bemonsteringsplan om de aaltjessituatie op het hele bedrijf te inventariseren is te bemonsteren voorafgaand aan een hoog salderend gewas, bijvoorbeeld de aardappelen. Op deze manier ontstaat er in de loop van de jaren een beeld op alle percelen van het bedrijf. Door een perceel steeds in vaste stroken te bemonsteren zijn de uitslagen in de loop van de tijd goed te vergelijken. Wanneer een perceel groter is dan 1 hectare bemonster dan in meerdere stroken. Het resultaat van een mengmonsters van meerdere hectares is lastig omdat niet duidelijk wordt of er sprake is van een plek of een volvelds besmetting.
Als aanvulling op het structurele bemonsteringsplan kan er ook in het voorjaar behoefte bestaan om in een slecht groeiende plek vast te stellen wat er aan de hand kan zijn. Kijk hiervoor onder het menu GEWASBEMONSTEREN
Welke bemonstering ook uitgevoerd wordt, in de wintermaanden of gedurende het groeiseizoen in een valplek, wanneer u een aaltjesmonster laat verwerken vraag dan ook om het monster te incuberen. Hierbij wordt ook het deel van de aaltjes dat zich in de worteldeeltjes bevindt meegenomen in de bepaling. Afhankelijk van het gewas en seizoen kan tot 90% van de Pratylenchus en Meloidogyne aaltjes zich hierin bevinden.
Met incubatie is het resultaat van de bemonstering minder afhankelijk van het gewas wat is geteeld en hoe snel na de oogst u bemonsterd heeft.
Bij een aantal laboratoria is de analyse inclusief incubatie standaard maar vraag er voor de zekerheid naar. |